Het meisje van Yde

Het meisje werd op 12 mei 1897 gevonden door twee veenarbeiders, die in de buurt van het dorp Yde (bij Eelde) een veentje aan het uitbaggeren waren. De twee arbeiders kregen de schrik van hun leven toen aan de oppervlakte van het veenwater plotseling een zwart hoofd met rossig haar verscheen. De mannen, die dachten dat de duivel uit het veen tevoorschijn was gekropen, wisten niet hoe snel ze de benen moesten nemen. Pas in hun eigen huis kwamen zij weer een beetje op adem. Veertien dagen na de vondst werd het veenlijk, samen met een wollen mantel, naar het Provinciaal Museum in Assen, de voorloper van het Drents Museum, overgebracht.
Helaas hadden de inwoners van Yde het veenlijk ruw behandeld. Uit nieuwsgierigheid waren de tanden uit de mond verwijderd en de haren van de schedel getrokken. Desondanks weet het meisje van Yde al ruim honderd jaar de aandacht van de bezoekers van het Drents Museum te vangen. Het is niet alleen de huiveringwekkende aanblik van het lijk zelf, maar ook het feit dat ze is gewurgd met de wollen sprangband, die enkele malen om haar hals was gewikkeld, wat de bezoekers fascineert.
Toen ze in 1897 werd gevonden had ze aan één zijde nog haar aan haar hoofd. De andere kant was kaalgeschoren. Archeologen denken dat ze - net als andere vondsten in het veen - is geofferd aan de goden om hen te danken of gunstig te stemmen. Uit C-14 dateringen is gebleken dat ze heeft geleefd in de 1ste eeuw na Chr. In 1993 is door Universiteit van Manchester een reconstructie van haar gezicht gemaakt. De gezichtsreconstructie is nu bij het publiek bekender dan het lichaam zelf.
Nieuwste ontwikkeling: fietspad en kunstplaats Meisje van Yde
Artikel Dagblad van het Noorden 28 mei 2010
Artikel & audio RTV Drenthe 8 juni 2010



